Kenmerken van het WO
Onderwijs en onderzoek speelt zich in toenemende mate af in gebieden in plaats van alleen in gebouwen. Studenten en onderzoekers werken meer en meer plaats- en tijdonafhankelijk. Dat werken zelf verandert: van de traditionele verdeling tussen hoor- en werkcolleges naar projectgestuurd onderwijs; van faculteitsgebonden activiteiten naar samenwerking tussen faculteiten, universiteiten en hogescholen in ‘grensoverschrijdende’ instituten; van nationaal naar internationaal georiënteerd onderwijs en onderzoek. Waar het werken in toenemende mate in de virtuele omgeving plaatsvindt, wordt het selectief ontmoeten belangrijker.
De opgave van universiteiten is al deze ontwikkelingen een goede plek te bieden. Vastgoed en de bijbehorende faciliteiten vertegenwoordigen niet meer slechts een kostenpost maar betekenen ‘waarde’ in financiële en niet-financiële zin (imago bijvoorbeeld).
In gebieden en gebouwen komen investering en exploitatie bijeen. Instellingen verantwoordelijk voor grote portefeuilles aan vastgoed richten zich niet langer slechts op kostenbeheersing maar vooral op waardeontwikkeling. Majeure veranderingen die echter in tijden van economische tegenwind niet eenvoudig te realiseren zijn. Vanzelfsprekende partners uit de markt zijn niet langer beschikbaar voor vastgoedontwikkeling. En financiële middelen uit Den Haag en uit de derde geldstroom lopen terug.
Met de waarde van het vastgoed in bezit van de instellingen in het hoger en wetenschappelijk onderwijs zijn echter creatieve oplossingen mogelijk. Flexibiliteit en functiescheiding spelen hierbij een belangrijke rol.